Standaarden

Zijn standaarden saai, inflexibel, onhandig? Ik vind standaarden gaaf! Maar dat komt wellicht door mijn definitie van een standaard.

“Een standaard is de tot nu toe beste manier om iets te doen.”

Stel je eens voor, een team werkt volgens de standaard zodat iedereen dezelfde kwaliteit levert. Vervolgens bedenkt een teamgenoot een handiger manier om datzelfde te doen. Het team staat achter die nieuwe manier en de standaard wordt aangepast. Vanaf dat moment levert het hele team volgens de nieuwe standaard waardoor het eindproduct beter, sneller, goedkoper en/of leuker wordt. Nog steeds weerstand tegen standaarden?

Standaarden bestaan in vele vormen en maten, bijvoorbeeld de referentiekaart (of in het engels een Quick Reference Card). Een referentiekaart geeft een overzicht van hoe de standaard werkt en kan je helpen om in flow te blijven. Dit omdat je niet steeds hoeft op te zoeken hoe het ook alweer moet. Een voorbeeld van zo’n referentiekaart is de kaart van mijn training, alle belangrijke gereedschappen en stappen staan erop (De kaart is te downloaden via mijn trainingspagina).

Lean maakt veelvuldig gebruik van standaarden om verbeteringen te borgen. En daar zit ook precies de kneep, veel teams hebben weerstand tegen het gebruik van standaarden. Soms zelfs met hele goede redenen … vinden ze zelf. Ik wil zelf weten hoe ik iets doe of de standaard klopt niet meer of is inflexibel …

Als we doordenken wat de voordelen zijn van standaarden en ook de nadelen ervan dan kom ik vrijwel altijd uit op dat standaarden echt het beste werken. Ook voor mezelf gebruik ik standaarden regelmatig, want een stap vergeten is erg makkelijk en soms kostbaar. De truc is natuurlijk wel om de juiste standaarden op de juiste plek te gebruiken.

Welke standaarden zouden in jou teamwerkzaamheden kunnen passen?

Gepost op LinkedIn.